De vraag die ik het vaakst krijg van mensen die net een hoekje in de garage hebben ingericht, gaat over zagen. Welke moet ik eerst kopen, en heb ik die andere dan ook nog nodig? Het antwoord is minder ingewikkeld dan de folder van de bouwmarkt doet vermoeden, maar het is wel anders dan de meeste beginners hopen. Je koopt geen zaag omdat hij veel kan. Je koopt een zaag voor het soort snede dat jij het vaakst maakt.
Een zaagsnede is namelijk zelden gewoon “hout doorzagen”. Een plank op lengte brengen voor een schap is iets anders dan een plaat van tweeënhalve meter opdelen, en dat is weer iets anders dan een ronde uitsparing maken voor een leidingdoorvoer. Vier machines dekken samen bijna alles, en de meeste thuiswerkplaatsen hebben er maar twee of drie van nodig.
De vier naast elkaar
Ik heb ze in de tabel gezet op de punten waar het in de praktijk om draait: wat de snede oplevert, waar het misgaat, en wat je er ongeveer voor betaalt bij een fatsoenlijk merk.
| Zaag | Waar hij in uitblinkt | Waar hij tekortschiet | Kwaliteit van de snede | Prijs nieuw |
|---|---|---|---|---|
| Handzaag | Één plank op maat, kleine correcties, werk zonder stroom en zonder lawaai | Alles wat lang of dik is, en alles waar je er twintig van moet maken | Netjes met een fijne vertanding, wel afhankelijk van je hand | 15 tot 40 euro |
| Decoupeerzaag | Rondingen, uitsparingen, een gat midden in een plaat, zagen in kastjes die al staan | Lange rechte sneden, dik hout, strak haaks werk | Ruw, de zaagsnede loopt onderin vaak schuin weg | 50 tot 150 euro |
| Cirkelzaag met geleiderail | Grote platen opdelen, lange rechte sneden, mdf en multiplex | Rondingen, kleine stukjes, precies afkorten van smal latwerk | Recht en schoon, met een goede rail vrijwel plaatzaagkwaliteit | 120 tot 350 euro |
| Afkortzaag | Latten en planken op maat, verstek voor plinten en lijsten, series identieke stukken | Alles wat breder is dan de zaagcapaciteit, meestal rond 30 cm | De beste van de vier, mits het blad scherp is | 150 tot 400 euro |
Wat in die tabel niet past maar wel de kern is: de decoupeerzaag en de afkortzaag zijn geen concurrenten van elkaar, en de handzaag en de cirkelzaag ook niet. Ze doen simpelweg iets anders. De enige twee die elkaar echt overlappen zijn de cirkelzaag en de afkortzaag, en zelfs daar is de verdeling helder. Lang en breed gaat naar de cirkelzaag, kort en herhaald naar de afkortzaag.
Wat ik zelf zou kopen, en in welke volgorde
Als ik opnieuw zou beginnen met een leeg hoekje en een beperkt budget, kocht ik eerst een goede handzaag en daarna een cirkelzaag met rail. Dat is een onpopulaire volgorde, want de decoupeerzaag is goedkoper en ziet er veelzijdiger uit. Alleen levert die veelzijdigheid in de praktijk vooral scheve sneden op die je daarna moet wegwerken. Ik heb jaren met een decoupeerzaag kastjes gemaakt die net niet haaks waren, en ik dacht al die tijd dat ik het zelf niet goed deed.
De cirkelzaag met een geleiderail veranderde dat in één middag. Een plaat van 250 bij 125 op de bok, rail erop, en de snede is recht over de volle lengte. Dat is ook de reden dat ik mensen aanraad de rail nooit weg te bezuinigen. Een cirkelzaag zonder rail is een machine die je uit de hand laat afwijken; een cirkelzaag met rail is een plaatzaag die toevallig in je garage past.
De afkortzaag komt daarna, en die schaf je aan op het moment dat je merkt dat je hetzelfde stukje twaalf keer moet maken. Voor een enkele plank is hij overbodig, voor een schuttinkje, een vlonder of een setje planken met verstekhoeken is hij binnen één klus terugverdiend in tijd en in stukken die je niet weggooit. De decoupeerzaag kocht ik als laatste, en ik gebruik hem nog steeds, maar alleen voor precies datgene waar hij goed in is: een ronding, een uitsparing, een gat in een blad voor een spoelbak.
Het zaagblad doet meer dan de machine
Hier gaat het meeste geld verloren aan de verkeerde kant. Mensen kopen een duurdere machine met het standaardblad erin en verbazen zich dat de snede uitscheurt. Het aantal tanden bepaalt bijna alles: weinig grote tanden zagen snel en ruw door massief hout, veel kleine tanden zagen langzaam en schoon door plaatmateriaal en gelamineerd werk.
Voor een cirkelzaag van 165 of 190 mm betekent dat in de praktijk twee bladen in de kast: eentje van rond de 24 tanden voor snel opdelen en balkwerk, en eentje van 48 tanden of meer voor mdf, multiplex en alles met een fineerlaag. Bij de decoupeerzaag geldt hetzelfde principe met de bladen T101B voor schoon hout en T144D voor snel en ruw. Een set nieuwe bladen kost minder dan twintig euro en tilt een middenklasse machine op boven een dure met een bot blad erin.
Wat je er verder bij nodig hebt
- Twee schraagbokken en een paar afdankplaten of piepschuimplaten als offerlaag onder je werk
- Vier lijmklemmen, minimaal, om de rail en het werkstuk vast te zetten
- Geleiderail bij de cirkelzaag, of een rechte lat plus klemmen als noodoplossing
- Reserve zaagbladen: grof en fijn, per machine
- Veiligheidsbril en gehoorbescherming, geen luxe bij een afkortzaag
- Stofmasker FFP2, of beter nog een stofzuiger op de aansluiting van de machine
- Potlood, winkelhaak en rolmaat, plus een kruisje op de kant die weg mag
De machines liggen bij Gamma, Praxis, Karwei en Hornbach, en dat is voor een eerste cirkelzaag een prima plek. Voor zaagbladen ga ik liever naar een gereedschapszaak of een technische groothandel, want daar liggen de bladen van Bosch, Freud en CMT los in de bak en kun je vragen wat er in jouw machine past. Tweedehands is bij afkortzagen bovendien een serieuze optie: op Marktplaats staan constant machines van bouwvakkers die stoppen, en een afkortzaag met een nieuw blad erin is vaak beter dan een goedkope nieuwe.
Het onderdeel dat mensen structureel overslaan is de stofafvoer, terwijl dat juist het verschil maakt tussen een werkplaats waar je graag komt en een hoek die je meidt. Ik heb daar eerder over geschreven in het stuk over stofafzuiging in de werkplaats, en ik blijf erbij dat een slang op je zaag meer oplevert dan de volgende machine. En zagen doe je met beide handen, dus je werkstuk moet vastliggen: een ondergrond die meegeeft maakt elke zaag onnauwkeurig, hoe goed hij ook is. Wie nog geen stevige ondergrond heeft, begint bij een werkbank die niet wiebelt.
Zagen is de helft, de kant is de andere helft
Elke zaag laat sporen na. Bij een cirkelzaag in mdf zie je een licht opstaande rand, bij een decoupeerzaag zie je uitscheuring aan de bovenkant, bij een afkortzaag is de snede zo schoon dat je hooguit even breekt met de hand. Dat is normaal en het is geen teken dat je het verkeerd doet.
Reken er dus op dat je na het zagen nog even langs de kanten gaat. Welke korrel je daarvoor pakt hangt af van wat erop komt, en dat staat in het overzicht over schuurpapierkorrels per klus. Een tip die niets kost: leg plaatmateriaal met de mooie kant naar beneden als je met de cirkelzaag werkt, en juist naar boven bij de decoupeerzaag. De tanden zagen bij die twee machines de andere kant op, en de uitscheuring zit altijd aan de kant waar de tand uit het hout komt.
Wie deze vier uit elkaar houdt, koopt vanzelf minder gereedschap. Dat lijkt vreemd voor iemand die zijn halve leven in een werkplaats staat, maar de rommeligste werkplaatsen die ik ken staan vol machines die zijn gekocht omdat de vorige het net niet kon. Twee zagen die precies passen bij wat je maakt zijn meer waard dan vijf die allemaal een beetje overlappen.
