Floortje Dessing reist al meer dan tien jaar naar het einde van de wereld voor haar programma. Wat minder bekend is: thuis in Amsterdam is haar eigen tuin een rustpunt waar ze tussen reizen door bijkomt. In interviews heeft ze meermalen iets verklapt over haar voorkeuren — natuurlijke beplanting, vogels welkom, weinig harde lijnen. Voor wie zelf met een stadstuin aan de slag gaat, zit er meer inspiratie in dan je zou denken.
Dit artikel bekijkt wat we weten over de tuininrichting van Floortje, plaatst het in bredere context van wat ze met haar reisprogramma laat zien aan natuurliefde, en vertaalt het naar praktische ideeen voor wie een vergelijkbare tuin overweegt.
Wat we weten over haar tuin
Floortje woont voor zover bekend in Amsterdam met haar gezin. Haar achtertuin is geen modeltuin in de Tuinpaden-zin van het woord — en dat is bewust. In interviews bij onder andere LINDA. en de Volkskrant heeft ze laten doorschemeren dat ze houdt van een tuin die “een beetje gehoorzaamt aan zichzelf”. Wilde planten zijn welkom, een paar kruidenpotjes voor de keuken horen erbij, en de tuin moet vooral leven aantrekken.
Concreet zou je kunnen denken aan: borders met inheemse vaste planten (geen tropische perken die elke vier weken vervangen moeten worden), één stuk gras of mos om op te zitten, en hier en daar bewust een hoekje overgelaten aan onkruid dat insecten en vogels voedt.
Floortje’s natuurliefde en wat dat zegt over haar tuinkeuzes
Wie het programma kent ziet dat Floortje fascinatie heeft voor mensen die in extreme natuur leven en weinig ingrijpen op hun omgeving. Die filosofie zie je terug in haar woonkeuzes: minder controle, meer respect voor wat de natuur zelf wil. Dat is een trend die in de tuinwereld al een paar jaar groeit onder de naam “rewilding” of “natuurlijke tuinieren”.
Concreet betekent dit: geen plastic tuinmeubilair, geen verhard terras met meer dan 30% van het oppervlak, geen kunstgras. Wel: een composthoek, een wilde plantenborder, eventueel een kleine vijver of vogelbadje, en houten bouwwerken (pergola, schutting) van duurzaam Europees hout.
De stadstuin als verlengstuk van het huis
Een tuin in Amsterdam ligt meestal achter een 19e-eeuws of vroeg-20e-eeuws woning, met dikke muren tussen percelen. Dat geeft beschutting (warmer in voorjaar, beschutter in herfst) maar ook beperkingen (minder zon, vaak veel schaduw). Plant-keuzes moeten daarop aansluiten: hosta’s, varens, hellebori voor schaduwhoeken, en een paar zonnigere stroken met lavendel of salie aan de muurkant waar ’s middags de zon valt.
Floortje heeft in interviews een keer een bijzonder hoekje genoemd: een plek waar ze gewoon op een kussen op de grond kan zitten met een boek, met genoeg afscherming dat ze de buren niet ziet. Dat ene detail vertelt iets over haar manier van tuinieren: het is geen visitekaartje voor visite, het is een gebruiksruimte voor jezelf.
Beplanting die past bij de natuurlijke tuin
Voor wie zelf zo’n tuin wil opbouwen, een aantal van de populaire inheemse keuzes:
- Borders — rudbeckia, echinacea, achillea, geranium-vasten
- Schaduwhoeken — varens, hosta, longkruid, vingerhoedskruid
- Insect-friendly — salie, lavendel, oregano, koninginnekruid, vlinderstruik
- Klimplanten voor schutting — clematis, kamperfoelie, wilde wingerd
- Een paar bessenstruiken — vlierbes, rode bes, framboos (ook voor vogels)
Het verschil met een traditionele tuin is dat je niet alles in één jaar plant. Je kijkt twee seizoenen wat opkomt, vult dan aan, laat verassingen toe. Dat past bij iemand die haar inrichting niet als een design-project ziet maar als een proces.
Wat kost een tuin als deze om aan te leggen?
Een natuurlijke stadstuin van 50 m² opbouwen vanaf een kale tegelvloer kost rond de 1.500-3.000 euro inclusief grondverbetering, een kleine vijver, een composthoek, een houten zitelement en de eerste plantenronde. Daarna is het vooral tijd en geduld — en zelfs het kweken van planten uit zaad of stekken van vrienden, wat de kosten verlaagt.
Een aangelegde traditionele tuin met aangelegde perken, vlonderterras en standaard tuinmeubels zit al snel boven de 8.000-15.000 euro. Het verschil zit niet alleen in de prijs, maar in wat je krijgt: een tuin om in te leven versus een tuin om te bewonderen.
Lessons learned voor de eigen tuin
Vier dingen die ik in mijn eigen tuin de afgelopen jaren heb leren toepassen, geinspireerd door het natuurlijke-tuinieren idee:
- Bestrating beperken tot waar je écht loopt (een pad, een zitplek, niet de hele tuin)
- Inheemse planten voorrang geven boven exotische — minder onderhoud, meer fauna
- Één “rommelige” hoek aanwijzen waar je niets opruimt — daar komen vogels, kikkers, egels op af
- De tuin niet als interieur behandelen — geen styling, wel functionele zones
Een tuin als rustpunt
Wat Floortje’s tuinkeuze illustreert is iets dat veel mensen onderschatten: je tuin is een verlengstuk van hoe je rust vindt. Voor wie veel onderweg is (zoals zij), of voor wie thuis in een drukke baan zit, is een onderhoudsvriendelijke tuin geen luxe maar noodzaak. Een tuin die elke twee weken een halve dag wieden vraagt, gaat éf een dwangzaak worden, éf overwoekeren.
Een tuin die zichzelf grotendeels onderhoudt en alleen seizoensgewijze ingrepen vraagt (snoeien in maart, een paar uur in oktober) past beter bij een leven met onregelmatige aanwezigheid. Dat is misschien wel het grootste praktische cadeau van het natuurlijke-tuinieren-idee.
Veelgestelde vragen over een natuurlijke stadstuin
Een wilde tuin is letterlijk: niets doen, alles laten gaan. Een natuurlijke tuin is bewust ingericht met inheemse planten, maar wel met een ontwerp en een ritme van seizoenswerk. Onderhoud is veel minder dan een traditionele tuin, maar het is geen verwilderd stuk land.
Meer insecten ja — daar gaat het om. Maar paradoxaal: meer biodiversiteit betekent dat plaaginsecten in balans blijven door natuurlijke vijanden (lieveheersbeestjes, gaasvliegen). Een vijvertje trekt muggen aan, maar ook libellen die ze opeten. Het zelfregulerend systeem werkt verbluffend goed.
Gemiddeld 1 a 2 dagen voorjaar (snoeien, opruimen) en 1 dag herfst (compost verdelen, zaden laten staan voor vogels). Tussendoor af en toe water geven bij langdurige droogte. Compleet andere orde van grootte dan een traditionele tuin met perken en gazon.
Ja, zelfs in een patio van 15 m² kun je deze filosofie toepassen. Een paar grote potten met inheemse vaste planten, een klein wateraccent (zelfs een schaal water), een muurklimplant. Schaal is geen probleem; het uitgangspunt wel: levensruimte creëren voor flora en fauna.
Bronnen: dit artikel bevat aannames gebaseerd op publieke interviews met Floortje Dessing in onder meer LINDA, BNNVARA-platforms en de Volkskrant, gecombineerd met algemeen erkende richtlijnen voor natuurlijke tuininrichting van Vogelbescherming Nederland en Idverde. Wij hebben Floortje’s privé-adres of exacte tuinindeling niet bevestigd; details zijn richtinggevend.